Uit de Weg
De Belze bierweek is een week van vreugde en verdriet,
Je zag in heel je leven zoveel vreemde biertjes niet
Je denkt eerst bij je eigen kom ik doe maar rustig aan
En laat zo af en toe een biertje staan
Maar eerst een kriek en dan tien Geus en dan nog wat Trappist
En dan blijkt pas hoe deerlijk je je-eigen hebt vergist
refrein
Uit de weg want ik moet weer overgeven
Kijk der komen allemaal harde stukskes mee
Met mun vinger in mun keel is ut maar even
En dan gaan we naar het volgende café
Dat Pauwels Kwak dat is nog wel ut gekst van allemaal
Je krijgt ut in un rekske, met een soort van urinaal
Zolang je maar blijft zitten kun je heel wat Kwakken aan,
Maar ga na 12 Kwak vooral niet staan
Want ga je van kruk,voel je je niet op je gemak
Je benen worden slap en je maakt zelf een reuze-kwak
refrein
en weet je ieder bier heeft zo zijn eigenaardigheid
Bier 1 dat stopt enorm, en van bier 2 schijt je je kwijt
En nu eens krijg je’t zuur en dan weer vlekken in je nek
En elke morgen weer een houten bek
Maar drink je al die Belze biertjes steeds maar door elkaar
Dan zing je heel snel dit refrein, ‘t is ongelogen waar
refrein
Maar eens wordt je verstandig, je verliest je wilde haar
Je drinkt dus al dat bier niet meer zo gulzig door elkaar
Zo kwam ik gist’ren heel vroeg thuis, zo nuchter als een lam
En raad eens wat me toen weer overkwam
Ik vond een briefje op de tafel door stond op “zeg schat
Je schoonmoeder die komt logeren voor een week of wat”
refrein
Uit de weg want ik moet weer overgeven
Kijk der komen allemaal harde stukskes mee
Maar met mun vingers om haar keel is ut maar even
En dan gaan we naar het volgende café